Schijndel

Historie Schijndelse Scholen


Schoolwetten

Overzicht:

  • Samenvatting

    Samenvatting

    VOORLOPIGE TEKST, hier wordt nog aan gewerkt.
    Het uitroepen van de Bataafse Republiek (1795), waardoor Nederland een eenheidsstaat werd, maakte het mogelijk onderwijswetten uit te vaardigen voor het hele land.

    In 1801 kwam de eerste Schoolwet.
    De eerste schoolwet schrijft voor dat overal hetzelfde klassikale lager onderwijs moet worden gegeven. Daarmee kwam een einde aan het eeuwenoude hoofdelijke onderwijs, waarbij elke leerling individueel les kreeg. Een nationale inspectie zal toezien op het onderwijs.
    Omdat het onderwijs neutraal moest zijn, mocht geen godsdienstonderwijs meer worden gegeven.
    De belangrijkste bepalingen waren: lezen, schrijven, rekenen en Nederlands werden verplichte vakken; onderwijzers moesten voorgeschreven schoolboeken gebruiken, een toelatingsexamen doen en een bewijs van goed gedrag overleggen.

    De schoolwet van 1806 voorziet in geleidelijke invoering van het klassikale onderwijs in het hele land. Het onderwijs moet opvoeden tot alle maatschappelijk en christelijke deugden en moet algemeen christelijk zijn. Leerstellig, dus streng-protestants en katholiek, onderwijs is verboden.

    De Grondwet van 1848 garandeerde vrijheid van onderwijs. Daarmee hadden protestanten en katholieken de eerste slag gewonnen van wat later de schoolstrijd zou worden genoemd.

    De schoolwet van 1857 legt de vrijheid van onderwijs vast. Ieder kan het onderwijs kiezen dat hij voor zijn kinderen wil, maar de overheid betaalt alleen het openbaar onderwijs.
    De verplichte lesstof wordt uitgebreid met de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, kennis van de natuur, vormleer (meetkunde) en zingen. Facultatief waren de leervakken Engels, Frans, Duits, wiskunde, gymnastiek, tekenen en handwerken.
    Gemeentes worden verplicht ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk kinderen naar school gaan. Omdat te bereiken krijgen ze het recht het openbaaronderwijs voor iedereen gratis te maken.

    De liberalen voeren een nieuwe schoolwet in 1878 in. De kwaliteitseisen aan het lager onderwijs gaan omhoog. Het openbaar onderwijs krijgt daarom meer geld, maar het bijzonder onderwijs krijgt nog altijd niets. Katholieken en orthodox-protestanten halen 450 duizend handtekeningen op tegen de nieuwe schoolwet.

    In 1889 verandert de wet en vanaf dan hebben ook bijzondere scholen recht op staatssubsidie ook al is deze minder dan voor de openbare scholen. Het wordt nu makkelijker om een school op te richten. Dezelfde wet staat het geven van onderwijs door ongediplomeerde krachten niet toe. Hierdoor stijgt de vraag naar gediplomeerde leerkrachten. De openbare scholen moeten weer schoolgeld heffen. De Openbare scholen krijgen 30% van hun kosten vergoed van het rijk, de gemeente moet de rest bijleggen.

    De leerplicht wordt in 1901 na een jarenlange strijd ingevoerd. Kinderen moeten vanaf 6 of 7 jaar oud zes jaar achtereen naar school.

    Artikel 192 van de Grondwet van 1917 maakt een einde aan de schoolstrijd: "Het bijzonder lager onderwijs wordt naar dezelfde maatstaven als het openbaar onderwijs bekostigd". Ook de positie van het onderwijzend personeel werd sterk verbeterd.

    In 1956 kwam er een wet die het kleuteronderwijs en de subsidiëring daarvan regelde. Verplicht is het nooit geweest, kinderen waren met 4 en 5 nog niet leerplichtig.

    In 1968 wordt de Mamoet Wet van kracht.
    De Nederlandse onderwijswereld was een ondoorgrondelijk geheel. Omdat de verschillende schooltypen los van elkaar stonden, was het praktisch onmogelijk van het ene type door te stromen naar het andere. In de praktijk kwam het merendeel van de kinderen uit de arbeidersklasse niet verder dan de lagere school, de MULO of het lager beroepsonderwijs; gingen de kinderen uit de middenstand naar HBS of MMS, en kwam alleen het kroost van de elite bijna vanzelfsprekend terecht op lyceum of gymnasium en vervolgens op de universiteit. Pas de invoering, in 1968, van de Wet tot regeling van het voortgezet onderwijs maakte aan deze situatie een einde. In de wandelgangen werd ze de Mammoetwet genoemd, naar de opmerking van een tegensputterend Kamerlid dat de ingrijpende operatie het gehele voortgezette onderwijs in één wet regelen afdeed met de woorden 'Laat die mammoet maar in het sprookjesleven voortbestaan'. De nieuwe wet kende voortaan drie soorten onderwijs: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (gymnasium, atheneum, lyceum), algemeen voortgezet onderwijs (LAVO, MAVO en HAVO) en beroepsonderwijs (LBO, MBO en HBO).

    In 1985 voegt de Wet op het Basisonderwijs o.a. het kleuteronderwijs en het lageronderwijs samen

    Bronnen:
    1- de site www.deschoolAnno.NL ( Periodiek van de Vereniging Vrienden van het Nationaal Onderwijsmuseum)
    2- de site www.xs4all.nl/~remery/ (" Schoolmeesters Remery en het Onderwijs in de 19e en 20e eeuw")
    3- de site www.werkplaats.wolters.nl
    3- Encyclopedie Wikipedia

    Foto

    Foto

    Foto

    Naar bovenkant pagina

    Terug naar Algemene Geschiedenis Schijndelse Scholen.