Schijndel

Historie Schijndelse Scholen


Algemene Geschiedenis Schijndelse Scholen en De Zusters van Liefde.

VOORLOPIGE TEKST, hier wordt nog aan gewerkt.

Overzicht:

  • 1. Periode voor 1832
  • 2. Periode van 1833-1922.
  • 3. Periode van1923- 1985
  • Schoolwetten.
  • 1. Periode voor 1832.
    In vroeger dagen behoorde het tot de taak van de priesters om volwassenen en kinderen godsdienstles te geven en hen bekend te maken met de eerste beginselen van lezen, schrijven en rekenen. Dit onderwijs zal zich wel beperkt hebben tot de kinderen van de meer gegoeden. In 1400 wordt voor het eerst in Schijndel een kosterij vermeld. Deze eerste vermelding van een koster, zou verband kunnen houden met de oprichting van het schoolgebouw op het kerkhof, waar ook de schoolmeesterswoning stond.
    De namen van de bezitters van de kosterij zijn bewaard gebleven. Het waren meestal geestelijken, die het niet tot priester gebracht hadden, maar wel een deel van de opleiding gevolgd hadden.
    We moeten ons niet al te veel voorstellen van het onderwijs in een dorp, dat herhaaldelijk van oorlogen en plunderingen te lijden had. Vooral godsdienstonderricht werd na 1648 een probleem. Toen begon de generaliteitsperiode die tot 1796 duurde. De katholieken moesten hun kerken afstaan aan de gereformeerde gemeenschap.

    Over de Schijndelse school en haar schoolmeesters tijdens de generaliteitsperiode is nauwelijks iets bekend. De Hervormde schoolmeesters werden aangesteld door de Raad van State als koster, schoolmeester, voorzanger en voorlezer in de hervormde kerk. Zij moesten een eed afleggen in de handen van deze Raad, dat zij hun ambt trouw en ijverig zouden vervullen.

    De inval van de Fransen maakt in 1796 een eind aan deze periode. Door de Nationale Vergadering wordt kerk en staat gescheiden. In de grondwet van 1798 staat dat de kerken die al voor 1648 bestonden over gedragen moeten worden aan het gemeentebestuur. Dit bestuur moest deze kerk dan weer overdragen aan het kerkgenoodschap dat de meeste leden telde. In Schijndel woonden toen 3047 katholieken en slecht 32 hervormden. De katholieken bezaten een nog in goede staat verkerende schuurkerk met een voor die tijd riante pastorie (aan de Heikantstaat, tegenwoordig Pastoor van Erpstraat geheten). Het duurt echter tot 16 juni 1808 voor dat de katholieken de St. Servatiuskerk in bezit hebben en de hervormden hun pastorie (nu hoofdstraat 146-148) en geld voor de bouw van hun eigen kerkje. Dit hervomdekerkje wordt in 1811 in gebruik genomen.

    Foto Foto
    Plaatje 815 (links) en 816 (rechts)
    Noordzijde Heikanstraat (huidige Pastoor van Erpstraat) rond 1836 zoals geschilderd door burgemeester Verhagen in 1886 aan de hand van oude prenten.
    Op het linker plaatje zien we links de boerderij van Gooijaarts. Het Klooster pad liep in 1832 nog langs de boerderij richting noorden naar de Hoofdstraat. Daarnaast 2 huizenblokken. Deze staan ook op het kaartje 813 hieronder. Achter het linker blok huizen is de St. Servatiuskerk zichtbaar en achter het rechter blok de oude RK pastorie. Rechts hiervan stond voor 1830 de schuurkerk van de RK gemeenschap.
    Op het rechter plaatje de oude pastorie met tuin. Geheel links zien we de St. Servatiuskerk weer.

    De negentiende eeuw zette in met de eerste nationale onderwijswetgeving. Deze maakte een einde aan het primaat van de kerk in de inhoud, vormgeving en bestuur van het onderwijs. Al in 1801 kwam de eerste onderwijswet tot stand, die vervolgens ten gevolge van kritiek en veranderende politieke omstandigheden in 1803 en 1806 door een nieuwe werd vervangen. Die van 1806 zou tot 1857 van kracht blijven. Deze wet legde vast dat op scholen onderwezen moest worden vanuit een algemeen christendom en dat leerstellig godsdienstonderwijs, zoals voor 1800 nog gewoon was op scholen, werd verboden evenals (bijzonder) richtingonderwijs.

    De Schijndelse school "op het kerckhof" heeft een eerbiedwaardige leeftijd bereikt. Pas in 1833 werd het oude schoolhuis, schoolmeesterswoning en tuintje, gebouwd op de oude kerkhofmuurtjes, verkocht aan pastoor Antonius van Erp. De gemeente heeft in 1832 aan de Hoofdstraat (nummer 39) een nieuw schoolgebouw laten bouwen voor Schijndel, de Eerste Openbare Lagere School.

    Bron: Schijndel, historische verkenningen, pater Wiro Heesters, en www.deschoolAnno.NL

    2. Periode van 1833-1922.
    Hoofdpunten

  • 1832, Pastoor van Erp begint breischooltje.
  • 1837, 1 november stichting van de "Congregatie van Liefde Zusters van Jezus en Maria, Moeder van Bijstand"
  • 1837, 19 november zusters beginnen lageremeisjes- en bewaarschool.
  • 1848, de grondwet garandeerd vrijheid van onderwijs.
  • 1858, 1 november begint de normaalschool, opleiding voor onderwijzeres (voorloper van de kweekschool)
  • 1889, de wet verandert en vanaf dan hebben ook bijzondere scholen recht op staatssubsidie
  • 1894, bouw Barbara klooster en lageremeisjes- en bewaarschool in het Wijbosch
  • 1896, de Normaalschool ontvangt rijkserkenning, en is vanaf nu een Kweekschool
  • 1921, openbaar en bijzonder onderwijs bij wet gelijk gesteld
  • Pastoor van Erp, geboren 10 maart 1799 in Oss, wordt op 25 april 1831 pastoor in Schijndel. In 1832 begint de pastoor een breischooltje voor arme meisjes in de bakkerij van Wouter van den Berg. Daar wordt in de namiddag les gegeven in nuttige handwerken en godsdienst.. Het schooltje wordt geleid door de jongere zus van de pastoor, Maria, en de Schijndelse Helena van den Endepoel. Maria van Erp stierf al op 4 april 1833, op 24 jarige leeftijd.. Haar plaats wordt in genomen door Helena van der Kant. Het leerlingen aantal groeit en de school moet zicht splitsen, Helena gaat met de kleinere kinderen naar een kamer in de pastorie.

    Pastoor had als kapelaan in Boxtel (1826- 1831) Maria de Bef leren kennen die zuster wilde worden. Een paar manden later diende zich Christina de Leijer uit St. Oederode aan als kandidaat. Beide dames gingen naar de Zusters van Tilburg voor hun opleiding.

    Op 1 november 1836 kwam Maria de Bef naar Schijndel als zuster Vincentia samen met zuster Joseph. Ze kregen de oude pastorie aan de Heijkantstraat als woning toegewezen, want de pastoor had intussen een nieuwe pastorie laten bouwen achter de St. Servatiuskerk (huidige Vicaris van Alphenstraat). De stichting van de "Congregatie van Liefde Zusters van Jezus en Maria, Moeder van Bijstand" is een feit.

    Foto Foto
    Kaartje 813 (links) en 813b (rechts)
    Rechts een deel van een kadaster tekeing uit 1832 en links de plattegrond van het eerste Moederhuis en omgeving.
    Het omstippelde was in 1925 eigendom van de congregatie.(pag 64 gedenkboek 1836-1926)
    Dit kaartje wijkt hier en daar af van de tekening van het kadaster uit 1832. Zo is het Kloosterpad door de zusters breder getekend.
    Aan de Noorkant van de Heikantsestraat (tegenwoordig Pastoor van Erpstraat)vinden we:
    1. De oude pastorie waar de zuster hun klooster in 1836 begonnen
    2. de school van de zusters
    3. het eerste ziekengasthuis (1843)
    4. eerste kapel
    5. plek waar voor 1832 de schuurkerk van de Roomskatholieken stond en waar in 1870 een nieuw gasthuis komt.
    In de jaren 1937 komt hier de huishoudschool in.
    Links boven staat " de nieuwe jongensschool" getekend. Deze komt echter pas in 1922.
    Aan de zuidkant van de Heikantstr zien we:
    1. de kleuterschool (1906/1907)
    2. de lagere meisjesschool (1906/1907)
    3. het rector huis (1885) (tegenwoordig Past v Erpstr 4)
    4. huishoudschool
    5. meisje MULO

    Toen zuster Rosalina (Christina de Leijer) niet lang daarna naar Schijndel kwam vertrok zuster Joseph weer terug naar Tilburg. Kort daarop komt zuster Teresia van Rooij naar Schijndel.

    Mieke de Bref, zuster Vincentia, startte op 19 november 1836 samen met de andere twee zusters en de juffen van het breischooltje met het geven van godsdienstonderwijs en handwerklessen aan Schijndelse meisjes, als aanvulling op het toenmalige (zeer beperkte) openbaar onderwijs in Schijndel. De school was gevestigd in de vrij goed ingerichte lokalen, die daarvoor bij het klooster waren gebouwd. (Ref pag 32, Gedenkboek 1836-1926) Onder haar bezielende leiding steekt de jonge kloostergemeenschap veel energie in de meisjesschool. Een meisjesschool die is opgegeven als 'school van de 2e klasse' , terwijl een meisjesschool van de 1e klasse bedoeld was voor niet-betalenden.

    Zuster Norbertini van Rijssel beschrijft het iets anders in haar biografie van pastoor van Erp op de site vab Thuis in Brabant. Pastoor Van Erp kreeg in 1837 toestemming van Gedeputeerde Staten voor het oprichten van een bijzondere lagere school en bij het klooster in de oude pastorie werd een aantal schoollokalen gebouwd. Onder leiding van de eerste moeder-overste Maria de Bref, die inmiddels een onderwijsbevoegdheid had gehaald, kon de lagere school van start gaan.

    Het is dus de vraag wat als begin datum van de scholen aangehouden mag/moet worden:

  • 19 nov 1836 met een zuster aan het hoofd zonder onderwijsbevoegdheid of
  • ergens in 1837 toen zr. Vincentia haar acte had gehaald?
  • In eerste instantie liep het niet storm met leerlingen. De meesten mensen ware wel tevreden over het neutrale onderwijs wat door meester Kaub op de openbare school gegeven werd. Pastoor van Erp kon zijn mensen maar niet overtuigen van de zegenrijke vruchten van het Rooms bijzonder onderwijs. Toen het duidelijk werd dat een gering aantal leerlingen niet voldoende was om de school en zusters draaiende te houden kwam pastoor van Erp in 1840 met volgende preek: " Als de meisjes, die niet van af morgen tot aan de Eerste H. Communie de school der Zusters hebben bezocht, zullen onverbiddelijk van dat geluk worden uitgesloten. Ook kinderen beneden de zes jaar kunnen - zoowel jongens als meisjes - in de bewaarschool worden opgenomen". De volgende dag stond de klooster bel bijna niet stil van wege de vele nieuwe aanmeldingen. " Want ziede - zoo luidde de verklaring- tegen den Pastoor kunde toch nie op! … En als ie er dan nog de eerste Communie bij te pas brengt, dan kande begrijpen, dat iemes schrik gaot krège, wonne Zuster?" (Ref pag 36, Gedenkboek 1836-1926)

    Dat het erg zwaar was in die eerste periode van de congregatie is te zien aan het volgende. Op 21 april 1845 overlijd zuster Vicentia op 32 jarige leeftijd, eerste overste van de congregatie. Op 24 april 1845 overlijd Teresia van Rooij, en op 4januari 1848 zuster Rosalina de Leijer. Zo overlijden de drie zusters waarmee de congregatie begonnen is binnen een periode van 10 jaar.

    De Grondwet van 1848 garandeerde vrijheid van onderwijs. Daarmee hadden protestanten en katholieken de eerste slag gewonnen van wat later de schoolstrijd zou worden genoemd.

    Een Gemeenteverslag uit 1851 geeft aan dat er 204 meisjes op de school van de zusters zitten en 71 op de openbare aan de Hoofdstraat.

    In ca 1862 worden 4 huizen aangekocht en gesloopt op wordt op deze plek "een ruim en degelijk huis"gebouwd wat op 8 september 1863 ingewijd en betrokken wordt.

    In 1865 worden, onder pastoor Ceelen, de " grondslagen" gelegd voor nieuwe school gebouwen omdat de bestaande gebouwen niet langer beantwoorden aan de meest bescheiden eisen. De nieuwe scholen komen op de plaats waar in 1926 ruimtes voor de Voorbereidende klassen der kweekelingen gelegen zijn

    1 nov 1858 kwam de kweekschool tot stand. (toen nog normaalschool genoemd, bedoeld voor het opleiden van onderwijzeressen en eventueel nonnen. In begin was aantal kweekelingen gering omdat alleen meisjes werden aangenomen, die aanleg en studie-ijver verenigden met de neiging tot het religieuze leven.

    Nauwelijks zijn de scholen voltooid of in mei 1868 wordt begonnen met de nieuwe kapel en op 13 juni 1868 met het nieuwe gasthuis. De kapel is op 15 augustus 1869 klaar, het gasthuis op 24 juni 1870. Dit gasthuis zal van de jaren 30 to 60 de huishoudschool herbergen. Dit gebouw maakt anno 2007 nog steeds deel uit van het moederhuis.(foto 820)

    Foto Foto
    Foto's 536 (links) en 820 (rechts)
    De linker foto is waarschijnlijk uit 1928.
    Op de voorgrond de bewaar of kleuterschool (1) gebouwd in 1906/07 samen met de meisjesschool (2). De kleuterschool is voorzien van een eerste verdieping in 1922. De meisjesschool had oorspronkelijk 11 lokalen een een gymzaal aan de straat kant.
    Op deze foto is genomen tijdens de verbouwing van deze gymzaal tot schoollokalen, er werd een verdieping op geplaatst.(zie Mariaschool (centrum) pagina voor de oorspronkelijk bouwtekening)
    3. Is het rector huis uit 1885.
    4. Is de Kweekschool gebouwd in 1925.
    5. Is het gebouw voor de leerlingen van de voorbereidingsklassen, gebouwd rond 1880.
    De rode stippen achter gebouw 5 geven aan waar het Kloosterpad liep.
    Geheel links bovenin is nog net het gemeentehuis te zien met rechts daarnaast slagerij van Rooij (staat er in 2007 nog)
    Rechts boven (boven de " www") is villa Colorito te zien, gebouwd in 1911.
    De rechter foto (820) is uit de jaren 50, boven in zien we de St. Josef MULO gebouwd in 1950.
    6. is de eerste officiele Huishoudschool.
    We zien de verbouwde gymzaal van de meisjesschool met rechts daarvan de Mariahoeve. Dit laatste gebouw is in 2007 in gebruik als kantoor.

    In 1880 wordt J.B. Michels, naast hoofd van de openbare lagere school, leraar aan de normaalschool.

    In 1882 zijn de gebouwen al weer te klein voor de zusters en de scholen en een verbouwing vindt plaats zodat er weer voldoende ruimte komt en men voldoet aan de wet van 1878.

    In 1889 verandert de wet en vanaf dan hebben ook bijzondere scholen recht op staatssubsidie ook al is deze minder dan voor de openbare scholen. Het wordt nu makkelijker om een school op te richten. Dezelfde wet staat het geven van onderwijs door ongediplomeerde krachten niet toe. Hierdoor stijgt de vraag naar gediplomeerde leerkrachten.

    In 1894 word door de Zusters een klooster in het Wijbosch gebouwd. Dit bevatte ook een bewaar en lagere meisjes school en kapel. Dit gebouw werd in oktober 1944 door granaatvuur verwoest. De kapel heeft daarna nog enige tijd als parochiekerk gediend.

    In 1896 ontvangt de opleiding rijkserkenning, vanaf dat moment is er sprake van een Kweekschool met de naam Maria, Zetel der Wijsheid. Schijndel bezit dan de tweede meisjeskweekschool in Nederland, na die van Dongen.

    Rond 1897 is de toestroom van kandidaten voor het zusterschap, postulanten, en leerlingen voor de kweekschool zo groot dat besloten wordt de oude kweekschoolgebouwen in te richten tot novicaat en een nieuwe kweekschool te bouwen als rechterzijvleugel (aan de westzijde) van het Moederhuis. In 1898 wordt de nieuwe kweekschool ingezegend en in gebruik genomen.

    13 maart 1898 overlijd op 53 jarige leeftijd zuster Innocentia Eyken, 2e assistante van het Hoofdbestuur, directrice van de kweekschool en hoofd van het onderwijs van de congregatie.

    Op 7 aug 1905 wordt het moederhuis door aankoop eigenaar van het tegenover gelegen huis-met-tuin van P.A.Verhagen. Dit wordt afgebroken om plaats te maken voor 11 ruime, luchtige schoollokalen, met reuze speelplaats, prachtige bewaarscholen, gymnastiekzaal en eetzaal met keuken voor de spijskokerij der St. Vincentius vereniging. Zie voor foto's en verdere info Maria school, centrum.

    Rond 1907 worden, door vertrek van de lagere meisjesschool, de oude lokalen verbouwd voor de voorbereidende klas voor kweekelingen.

    Artikel 192 van de Grondwet van 1917 maakt een einde aan de schoolstrijd: `Het bijzonder lager onderwijs wordt naar dezelfde maatstaven als het openbaar onderwijs bekostigd'. Ook de positie van het onderwijzend personeel werd sterk verbeterd.

    Op 1 jan 1921 wordt openbaar en bijzonder onderwijs bij wet gelijk gesteld. Hierdoor neemt belangstelling voor het onderwijs en aantal kwekelingen toe. Dit is aanleiding om in 1923 nieuwe klaslokalen te bouwen voor de kweekschool.

    In 1922 heeft een vergroting van de bewaarscholen plaats (er komt een verdieping boven op) en wordt een derde verdieping op het hoofdgebouw gezet. Na veel moeite verkreeg het Moederhuis in 12 maart 1922 het " Kloosterpad" voor fl 2,50 per m2 voor de bouw van een nieuwe kweekschool. Volgens de gemeente zou verdwijnen van dit pad veel ongerief met zich meebrengen voor de belanghebbende buurtschappen.

    Op 8 December 1923 neemt J.B. Michels afscheid als leerkracht aan de kweekschool na 43 jaar!!! Hij was leerkracht sinds zijn benoeming tot hoofd van de openbare lager school. J.B. Michels overlijd in het najaar van 1924.

    Begin 1924 worden de fundament gelegd voor de nieuwe kweekschool welke in de zomer van 1925 kan worden betrokken. Op 8 december 1925 wordt deze ingezegend.

    Bron: Gedenkboek van de Zusters van Liefde 1836 - 1926, en de site van de zusters, www.zustersvanliefde.nl.

    3. Periode van1923 - 1985
    Aan dit deel wordt gewerkt.

    Schoolwetten.

     Reageren 

    Naar bovenkant pagina